Uncategorized

Zomaar zitten

Posted on

Mijn vader woont op de derde verdieping in een serviceflat en mijn moeder woont in hetzelfde gebouw, op een gesloten pg-afdeling. Vandaag ga ik naar mijn vader, hij heeft me gevraagd een klusje te doen.

Soms komt het zo uit dat ik alleen naar hem ga en mijn moeder niet bezoek. Dat voelt altijd ongemakkelijk. Zeker sinds mijn moeder laatst opmerkte: ‘Soms ga jij alleen naar pappa en niet naar mij.’

Eerst passeer ik de huiskamer van mijn moeder. Een aantal dames zit samen voor de TV, maar mijn moeder is er niet. Ik loop langs de kamer waar mijn moeder woont, op de begane grond, pal naast de ingang. Op de vensterbank staan wat foto’s, haar witte fauteuil staat er, een schemerlamp, een klein vierkant tafeltje, een kastje en haar bed. Op het prikbord achter haar bed enkele foto’s van kleinkinderen.

Ze zit op haar kamer. Ik parkeer mijn fiets precies voor haar raam. De schemerlamp zorgt voor een klein lichtbundeltje, waardoor ik haar goed zie zitten. Omdat het buiten schemert, kan ze mij niet zien. Ik blijf even naar haar staan kijken.

Ze zit in haar fauteuil. Ze heeft haar hoofd schuin, haar blik op de grond. Haar handen liggen in haar schoot. Ze doet niks, ze zit. Ze reageert niet op mijn zwaaien, ze ziet het niet. Slaapt ze? Nee, haar ogen zijn open.

Als ik een uurtje later terug kom van mijn vader is het inmiddels pikdonker buiten. Ik kijk opnieuw naar mijn moeder. De schemerlamp is nog steeds aan. Ze zit er nog steeds, als een standbeeld. Haar handen op haar schoot, de blik op de grond.

Ik pak mijn fiets, zwaai nog een keer tevergeefs. “Dag ma!” Ik fiets naar huis met een steen in mijn maag.

 

 

Advertisements

Vragenderwijs

Posted on Updated on

Vandaag is het zaterdag en dan is Josje er, een vrijwilligster. Het geeft de begeleiding wat meer lucht, er is tijd voor andere dingen. “Zullen we een spel doen?” vraagt Josje. Sjan is direct enthousiast, zij is altijd in voor activiteit. Het wordt ‘Vragenderwijs’, altijd favoriet bij de dames. De kleur van de dobbelsteen bepaalt het soort opdracht. Een spreekwoord afmaken, een liedje afmaken, of een vraag beantwoorden.

Sjan gooit als eerste de grote zachte dobbelsteen. Groen; spreekwoord afmaken. Josje leest voor: “Zoals het klokje thuis tikt……” Sjan antwoordt triomfantelijk: “tikt het nergens!” Opgelucht kijkt ze de groep rond en de andere dames knikken instemmend.

Mijn moeder zit aan tafel zoals ze meestal zit. Haar hoofd naar links gebogen, ze kijkt naar de grond en reageert niet. Ze heeft in haar leven veel gebridged. Met drie vriendinnen, twee keer in de week. Het ging er serieus aan toe, ze klaagde wel eens dat er geen tijd was voor een praatje. Het was pijnlijk toen het bridgen niet meer ging en ze het moest opgeven.

Dan is mijn moeder aan de beurt. Tot nu toe heeft ze nog niet gereageerd. Ik schuif de dobbelsteen naar haar toe en houd mijn adem in. Haar ogen gaan van de grond naar de dobbelsteen op tafel. Langzaam gaat haar rechterhand op tafel richting de dobbelsteen. Mijn hart maakt een sprongetje… ze doet mee! Langzaam verschuift ze de steen. Josje leest voor: “De Nederlandse vlag bestaat uit rood, wit en …….”

Het is muisstil. Mijn moeder staart naar de dobbelsteen. Langzaam richt ze haar blik naar boven en kijkt me aan. Ik zie haar mond samentrekken. Haar wangen vullen zich met lucht. Met veel moeite blaast ze een klank uit die lijkt op de letter b. Ik ben door het dolle heen. Ik tetter door de groep: “Ja ze heeft het goed, ze zegt de b van blauw, hartstikke goed. Goed zo Ma, zo ken ik je weer!” Ik ben in staat een dansje door de kamer maken.

Dan ontmoet ik de ogen van mijn moeder. Ik zie de blik die ik de laatste tijd maar al te vaak zie. De blik die zegt: “Stel je niet aan Ank, zo’n kinderachtig spelletje.”

Vragenderwijs-Bl2V-1-800x600pix-P1160167-300x225

Brood

Posted on

Als ik binnen kom, zit mijn moeder nog als enige aan tafel. Ze is nog bezig met haar middageten. Geconcentreerd probeert ze een stukje brood met kaas aan haar vork te krijgen. Ze prikt en prikt. Ze houdt haar vork te schuin, ze krijgt het stukje er niet aan.

Na het even te hebben aangekeken, help ik haar. Ik pak haar hand en probeer de vork wat te draaien waardoor de tanden van de vork rechter in het stukje prikken. Het lukt, het stukje zit aan de vork. Langzaam beweegt ze de vork richting haar mond. Maar, net zoals bij een grijpapparaat op de kermis, valt het stukje er op het allerlaatste moment weer af. Ze opent haar mond te laat waardoor het stukje brood valt. Het verdwijnt tussen de zijkant van haar been en de rolstoel.

Ze probeert het met een volgend stukje brood. Ik zie dat ze haar vork verkeerd houdt. Ze drukt als het ware met de vork op het brood, niet in het brood. Na een paar keer proberen blijft een puntje van het stukje brood aan haar vork hangen. De vork gaat richting mond, het stukje wiebelt gevaarlijk heen en weer. Ik houd mijn adem in. Gelukt! Het stukje is in haar mond. Ze kauwt er langzaam op.

Er liggen nu nog drie stukjes op haar bord. De huiskamer is inmiddels verlaten, de tafel afgeruimd, tot aan de plek waar mijn moeder zit. Pas als het laatste stukje in haar mond zit en is doorgeslikt, kijkt ze langzaam op. “Dag ma” zeg ik. “Was het lekker?”

 

 

Erbarme Dich

Posted on Updated on

Ik zit naast mijn moeder, die rustig ademt. Het is de vierde dag dat we bij haar waken. De afgelopen dagen was het steeds druk rond haar bed. Nu het waken langer duurt dan verwacht gaat iedereen toch weer zijn eigen weg. Ik vind het fijn om een paar uurtjes alleen bij haar te zijn.

Ik heb de Ipad meegenomen en zet de Mattheus Passion van Bach op. Jaren op rij ben ik met mijn moeder rond Pasen naar de Mattheus geweest, in de Sint Jacobskerk in Den Bosch. De kerk waar ik als kind wekelijks zat, naast mijn moeder in haar foute maar wel heerlijk zachte bontjas. Ik vond mijn moeder statig in die jas en vond het fijn de jas te aaien. Lekker zacht.

Ik geniet. Van de muziek en het daar zitten bij mijn moeder.

Als de muziek bij het lied Erbarme Dich komt, moet ik glimlachen. “Weet je nog ma?” Het was de laatste keer dat we samen naar de Mattheus gingen. Een uitvoering van het Bach Choir & Orchestra onder leiding van dirigent Jan Leusink. Een zit van drie uur op de harde kerkbanken. Mijn moeder deelt een pepermuntje uit en geniet. Ze neuriet sommige stukken mee en, enigszins gegeneerd, vraag ik haar dat niet te doen.

Dan komt de countertenor op voor het prachtige Erbarme Dich. Met zijn hoge stem en lange krulhaar vraagt de solist God om vergiffenis. Zijn hoge stem schalt door de kerk, we luisteren ademloos. Na de slotnoten is het enkele minuten magisch stil, het publiek is onder de indruk. Totdat de stilte onderbroken wordt door mijn moeder die zich naar mij toebuigt en net iets te hard zegt: “is dat nou een jongen of een meske?”

Na afloop botsen we bij het naar buiten gaan tegen de vrouw van de dirigent op, die de immense bos bloemen draagt die haar man zojuist op het podium heeft gekregen. Mijn moeder, nooit verlegen om een praatje, roept: ”Dat had je nou niet hoeven doen hoor!” en begint hartelijk te lachen. En ja hoor, daar loop ik dus met de bos bloemen van de dirigent naast mijn triomfantelijke moeder. Ze glimt van oor tot oor, dat heeft ze toch weer mooi voor elkaar gekregen!

Nooit zal ik meer naast mijn moeder zitten in de Sint Jacobskerk. Maar bij Erbarme Dich zal ik me altijd verbonden voelen met haar. Een paar dagen later, bij het uitzoeken van muziek voor haar begrafenis, hoef ik over één lied dan ook niet lang na te denken.

foto