dementie

Afscheid

Posted on Updated on

Zomer 2015. Mijn moeder is stervende. Zij heeft een longontsteking en wordt niet behandeld. Zij is 88, dement en kan niet meer communiceren. Zij vindt het mooi geweest, daar zijn wij van overtuigd. En dus wachten wij nu op haar laatste adem.

De arts van het huis dacht dat het niet zo lang zou duren, hooguit een dag of twee. Maar het duurt nu al zes dagen en mijn moedertje ademt rustig in en uit. En zo komt het dat ik een week vertoef op de verpleegafdeling van mijn moeder.

Om de beurt blijven we, mijn broers en zussen en ik, naast haar slapen op een matrasje op de grond. s’Morgens om 7.00 uur hoor je de brommertjes en fietsen aankomen van het verplegend personeel. Je hoort voetstappen op de gangen, wc’s worden doorgetrokken, bewoners sloffen in nachtkleding over de gang en een koffiegeur verspreidt zich door het huis. Langzaam komt het huis tot leven.

Menig uur breng ik door met de overige bewoners. Ontbijten en koffie drinken doen we in de huiskamer. Een groep van zes vrouwen, inclusief mijn moeder. Zij zorgen voor elkaar, dat valt me direct op. Zij kletsen samen, lachen samen en maken samen ruzie. Gelukkig vergeten ze de ruzies al snel, de ziekte heeft soms ook voordelen. ’s Avonds kijken zij ademloos naar de Sound of Music waarbij de muziek door de speakers schalt. Als iedereen naar bed is, nodigt Toos medebewoonster Sjan uit om nog een wijntje te komen drinken op haar kamer. Zoals twee vriendinnen dat doen. Zonder alcohol, dat wel. Omdat ze steeds vergaten hoeveel glazen ze dronken.

Mijn moeder is een taaie en tegen alle verwachtingen in, gaat vandaag haar zesde dag in. Omdat ze verder achteruit gaat, wordt het tijd voor de bewoners om afscheid te nemen. In een optocht trekken ze naar haar kamer. Arm in arm. Huilend, of een traantje wegpinkend. De één vindt het eng en zwaait op afstand: “ Dag Joop!”. De ander buigt over het bed heen en zoent mijn moeder stevig. “ Ik zal haar zo missen!” huilt ze.

Dan zijn Toos en Sjan aan de beurt. Ze houden elkaar stevig vast. Na het afscheid van mijn moeder komen ze huilend naar buiten. Toos geeft me een hand en zegt: “Gecondoleerd met uw oma.” Sjan pakt op haar beurt mijn hand en fluistert in mijn oor: “Ik vind het zo erg voor haar ouders!”

Een dag later blaast mijn moeder haar laatste adem uit. Ze wordt uitgeleide gedaan door de bewoners en medewerkers van het huis. Onder een speciale paarse deken rolt de begrafenisondernemer haar op een brancard naar de auto. Een plechtige droevige gebeurtenis. Als de auto wegrijdt, hoor ik Toos tegen Sjan zeggen: “wie lag er onder die deken?”

image

Advertisements

Geen tijd

Posted on Updated on

Geen tijd

In opperste concentratie beweegt ze met een gele vaatdoek over het tafelblad. Mijn schoonmoeder van 92. Het is lang geleden en ik ga weer eens bij haar op bezoek. Via de lift en gang met prachtige bloemen, kom ik in de huiskamer. Een paar bewoners zitten in een stoel, op de bank, voor de tv, achter een tijdschrift.

Mijn schoonmoeder is druk. Met de doek in haar rechterhand veegt ze de kruimels richting de kant van de tafel. Daar vangt de linkerhand de kruimels op. Ze trippelt zittend in haar rolstoel, richting de prullenbak in de keuken en leegt de linkerhand. Ze dribbelt weer terug en gaat verder met de tafel. Ze heeft een blos op haar wangen.

“Dag Fientje!”, begroet ik mijn schoonmoeder. Ze kijkt verstoord op. Ze glimlacht even, maar haar glimlach verandert in een lichte verontrusting. “Ojee, wat leuk dat jij hier nu bent, maar ik ben aan het werk hoor…” Ze lijkt in paniek door dit onverwachte bezoek dat eigenlijk ongelegen komt. Ik vraag haar of ze tijd heeft om even koffie te drinken. Ze kijkt naar de klus waar ik haar in stoor en twijfelt.

Daar komt Mandy aan, de helpende van de afdeling. Zij komt mijn schoonmoeder te hulp. “Nou Fien, dat komt mooi uit dat jouw bezoek er nu is, want het is net tijd voor pauze. Leg je werk maar neer, en drink maar even lekker koffie!” O ja, gelukkig, daar is Fien blij mee. Nu kunnen we even koffiedrinken.

Fien vraagt “Hoe is het op je werk? Hoe is het met je man? Ben je blij in je huis?” Als de standaardvragen gesteld en beantwoord zijn, begint ze zelf te vertellen. Over haar vader die zo trots is op haar schilderijen. Over hoe hij als hij straks thuis komt uit zijn werk, eerst bij haar schilderijen gaat kijken. Fien straalt erbij.

Als we zijn uitgepraat, kijkt ze op de klok. “Je kunt beter zo gaan, want die mensen hier moeten zo eten. Ik moet de tafel dekken.” Ik besluit haar niet langer te storen en neem afscheid met een paar warme zoenen. Als ik bij de deur omkijk, is Fien alweer druk in de weer met haar gele poetsdoek. Ze heeft geen tijd om te zwaaien, ze heeft nog zes tafels te gaan.

IMG_1257